maart 20, 2019Comments are off for this post.

Omgangsregeling, Co-ouderschap of Birdnesting?

Ouders die allebei het ouderlijk gezag hebben over hun kinderen blijven dit sinds 1 januari 1998 behouden na hun echtscheiding.

Na een scheiding waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken zullen de ouders moeten kiezen uit één van de mogelijke zorgregelingen. Als de ex-partners er niet in slagen om samen goede afspraken over de opvoeding en zorg voor hun kinderen te maken, bepaalt de rechter.

Omgangsregeling

Een veel voorkomende omgangsregeling is dat de kinderen eens in de 2 weken bij de niet-verzorgende ouder verblijven (vaak de vader) en daarnaast de helft van de feestdagen en de helft van de schoolvakanties. Maar ook andere variaties zijn mogelijk.

Co-ouderschap

Indien de ex-partners kiezen voor een (nagenoeg) 50% / 50% omgangsregeling, wordt dat co-ouderschap genoemd. Vaak  is dan sprake van verzorging om de week (de ene ouder de ene week, de andere de andere week) of van de ene week 3 om 4 dagen en de andere week 4 om 3 dagen. Co-ouderschap komt minder vaak voor dan een omgangsregeling. Dit heeft mede te maken met de werktijden van de ouders en het schoolrooster, de sportclubs en eventuele  muzieklessen van de kinderen. Bij co-ouderschap is het van belang dat de ouders niet te ver uit elkaar wonen. Het voordeel voor de kinderen is dat ze hun ouders vrijwel even vaak zien. Het nadeel kan zijn dat het veel van ze vergt. Zij moeten zich immers telkens aanpassen aan een andere woonomgeving met andere huisregels.

Birdnesting

Bij birdnesting blijven de kinderen in het ouderlijk huis wonen. In dit geval zijn het de ouders die telkens wisselen en om de beurt in het ouderlijk huis wonen. Er is dus een vaste thuisbasis voor de kinderen, maar niet voor de ouders. De ouders hebben naast dit ouderlijke huis ook nog ieder hun eigen huis. Dit is daardoor tevens een dure oplossing. Birdnesting is ook een vorm van co-ouderschap, maar komt op dit moment relatief nog weinig voor in Nederland.

Wat kiest u?

Wat u samen ook voor regeling kiest, deze zal veelal moeten worden vastgelegd in een ouderschapsplan. Zie mijn blog van vorige week.

Stel gerust uw vraag!

Vragen? Ik vertel u graag meer of help u bij het opstellen van een ouderschapsplan! Neem contact met mij op.

maart 13, 2019Comments are off for this post.

Ouderschapsplan

Gaat u uit elkaar en zijn er minderjarige kinderen? Lees dan dit blog over het ouderschapsplan!

Wat is het ouderschapsplan?

Een document waarin de scheidende partijen afspraken maken over de invulling van hun  ouderschap in de toekomstige situatie met betrekking tot:

  • de hoofdverblijfplaats van het kind/de kinderen;
  • de dagelijkse zorg voor het kind/de kinderen (eten en drinken);
  • de schoolkeuze;
  • sport, kapper, kleding;
  • medische zorg;
  • afspraken inzake communicatie tussen de ouders onderling en met de kinderen;
  • financiële afspraken inzake de kosten van de kinderen etc.

In welke situatie verplicht?

Sinds 1 maart 2009 is het in de navolgende situaties verplicht om een ouderschapsplan te maken voor ouders van minderjarige kinderen:

  • gehuwden of geregistreerd partners die gaan scheiden;
  • gehuwden die van tafel en bed gaan scheiden;
  • samenwonenden die uit elkaar gaan waarbij de vader het kind/de kinderen heeft erkend en op verzoek van beide ouders daarvan een aantekening is geplaatst in het gezagsregister.

Een aantal weetjes

  • het ouderschapsplan is in het leven geroepen ter bescherming van het minderjarige kind/de minderjarige kinderen;
  • de rechter vindt het van groot belang dat de inhoud van het ouderschapsplan vooraf uitvoerig wordt besproken met het kind/de kinderen;
  • kinderen vanaf 12 jaar zullen een uitnodiging krijgen van de rechtbank om te worden “gehoord” - daartoe ontvangen zij een zogenaamde kindbrief;
  • het gaat daarbij vooral om de mening van het kind/de kinderen over de verblijfplaats en het ouderlijk gezag;
  • kinderen tussen 16 en 18 jaar mogen daarnaast hun mening geven over de hoogte van de kinderalimentatie.

Stel gerust uw vraag!

Vragen? Ik vertel u graag meer of help u bij het opstellen van een ouderschapsplan! Neem contact met mij op.

februari 27, 2019Comments are off for this post.

Pensioen – een belangrijk stuk vermogen

Deel II - Bijzonder nabestaandenpensioen

Bij de verdeling van het vermogen tijdens een scheiding wordt veelal niet veel aandacht besteed aan het onderwerp pensioen, terwijl het tòch veel waarde vertegenwoordigt. Soms zelfs nog méér dan het eigen huis.

In dit tweede deel van mijn pensioenblogs licht ik het onderwerp bijzonder nabestaandenpensioen en scheiding nader toe. Vorige week ging deel I over het ouderdomspensioen en scheiding.

De regelgeving rondom het bijzonder nabestaandenpensioen is vastgelegd in art. 57 van de PW (Pensioenwet). Voor ex-partners van DGA’s ligt dit anders. Zij hebben onder voorwaarden recht op bijzonder nabestaandenpensioen uit hoofde van de WVPS (Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding).

Wat houdt het bijzonder nabestaandenpensioen in?

Als uw ex-partner eerder overlijdt dan u komt het volledig opgebouwde nabestaandenpensioen tot aan het moment van scheiding aan u toe, inclusief het deel dat is opgebouwd vóór de huwelijkse periode. In de Pensioenwet is bepaald dat het toekennen en vaststellen van nabestaandenpensioen aan ongetrouwd samenwonenden gelijk dient te zijn aan dat van gehuwden en geregistreerd partners. De pensioenregeling dient hiertoe uiteraard de mogelijkheid te bieden en de samenwonende partner dient dan  aangemeld te zijn als partner voor de pensioenregeling. Vaak dient dit tevens te zijn vastgelegd in een samenlevingscontract.

Belang bijzonder nabestaandenpensioen

Een bijzonder nabestaandenpensioen kan o.a. van groot belang zijn om de kosten voor de opvoeding van (jonge) kinderen te kunnen blijven betalen en/of om het verlies aan partneralimentatie te compenseren. Indien degene die de kinder- en/of partneralimentatie betaalt komt te overlijden, verandert de financiële situatie van de gescheiden ex-partner immers ook direct. Zonder nabestaandenvoorziening kunnen er in dat geval grote financiële tekorten ontstaan.

Attentiepunten

  • Indien bij een eerdere scheiding reeds nabestaandenpensioen is toebedeeld aan een andere ex-partner, komt dat gedeelte niet toe aan de volgende ex-partner.
  • Belangrijke voorwaarde voor de toekenning van bijzonder nabestaandenpensioen is dat er daadwerkelijk waarde is opgebouwd. Is het nabestaandenpensioen afgedekt op basis van een zogenaamde risicodekking, dan is er geen waarde aanwezig die kan worden toegekend.
  • De regeling voor het bijzonder nabestaandenpensioen is regelend recht, net als de regeling voor het ouderdomspensioen uit hoofde van de WVPS. Hiervan màg worden afgeweken, zowel in huwelijkse voorwaarden of het samenlevingscontract als in het echtscheidingsconvenant.

Meer weten? Neem contact met mij op!

februari 20, 2019Comments are off for this post.

Pensioen – Een belangrijk stuk vermogen

Deel I – Ouderdomspensioen

Bij de verdeling van het vermogen tijdens een scheiding wordt veelal niet veel aandacht besteed aan het onderwerp pensioen, terwijl het tòch veel waarde vertegenwoordigt. Soms zelfs nog méér dan het eigen huis.

In dit eerste deel van mijn pensioenblogs licht ik het onderwerp ouderdomspensioen en scheiding nader toe. Volgende week volgt deel II over het nabestaandenpensioen en scheiding.

Pensioenrechten vallen niet in een gemeenschap van goederen

Tòch hebben gehuwden en geregistreerde partners recht op (een gedeelte van) elkaars pensioen. Dit is sinds 28 april 1994 vastgelegd in de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS). Deze is onafhankelijk van het huwelijksgoederenregime dat van toepassing is.

Pensioenvoorzieningen van ongehuwd samenwonenden vallen buiten de werking van de WVPS. Door middel van een samenlevingscontract of andere overeenkomst kunnen de regels van de WVPS echter alsnog van toepassing zijn verklaard. In deze situatie kan echter geen rechtstreeks verhaalsrecht bij de pensioenuitvoerder ontstaan.

Prepensioen

Prepensioen valt ook onder de regeling van de WVPS. Regelingen waarbij pensioenrechten voorwaardelijk zijn, zoals VUT-regelingen, worden nìet verevend.

Verevening volgens de WVPS houdt in dat bij scheiding de rechten aan ouderdomspensioen die tijdens het huwelijk zijn opgebouwd gelijkelijk moeten worden verdeeld. Dit recht op pensioenverdeling kan overigens bij huwelijkse voorwaarden zijn uitgesloten.

Het verzoek tot verevening moet binnen 2 jaar na scheiding schriftelijk zijn ingediend bij de pensioenuitvoerder(s). In deze situatie ontstaat een rechtstreeks verhaalsrecht bij de pensioenuitvoerder. Het pensioen gaat voor beide partijen in op de pensioendatum van degene die het pensioen heeft opgebouwd.

Overlijden

Als degene die het pensioen heeft opgebouwd komt te overlijden, vervallen echter alle rechten. Ook die van de ex-partner. Indien er dan ook geen bijzonder nabestaandenpensioen is voor de ex-partner (zie mijn blog van volgende week), dan zou er alsnog onverwachts een financieel probleem kunnen ontstaan.  Als de ex-partner overlijdt, komen de oorspronkelijke rechten weer toe aan degene die het pensioen heeft opgebouwd.

Een andere methode dan verevening wordt daarom ook veel toegepast: conversie. Bij conversie wordt  het opgebouwde pensioen gesplitst in 2 aparte polissen. Beide partijen krijgen daarmee een eigen polis. Het pensioen gaat dan in op de eigen pensioendatum.

Attentiepunten

  • Verevening en conversie hebben allebei voor- en nadelen. De keuze zal daarom sterk afhangen van de persoonlijke situatie.
  • Conversie is alleen mogelijk als partijen hierover samen overeenstemming hebben en de pensioenuitvoerder hiervoor toestemming geeft.
  • Indien conversie is toegepast, is dit definitief en niet meer terug te draaien.
  • Vooruitlopend op de WVPS is voor huwelijken die in gemeenschap van goederen zijn aangegaan tussen 27 november 1981 en de introductie van de WVPS het zogenaamde Boon/Van Loon arrest van toepassing.
  • De WVPS is regelend recht. Hiervan màg worden afgeweken, zowel in huwelijkse voorwaarden als in het echtscheidingsconvenant.

Meer weten? Neem contact met mij op!

februari 12, 2019Comments are off for this post.

Hoeveel kinderalimentatie moet ik betalen?

Dit is een belangrijke vraag bij iedere scheiding waarbij minderjarige en/of jong meerderjarige kinderen zijn betrokken. Ouders willen inzicht hebben in de kosten waarop men na de scheiding kan rekenen.

Hoe zit het precies met kinderalimentatie?

Volgens de wet zijn ouders verplicht, op grond van bloed- of aanverwantschap, om in het levensonderhoud van hun kinderen te voorzien tot in ieder geval 21 jaar. Deze onderhoudsplicht kan ook gelden voor een verwekker, stiefouder of niet-ouder met gezag over een kind.

Om te voorkomen dat iedere rechtbank een andere berekeningsmethode hanteert, heeft de Nederlandse Vereniging van Rechtspraak (NVvR) het zogenaamde Trema-Rapport opgesteld, waarin richtlijnen zijn vastgesteld voor alimentatie. Per 1 april 2013 zijn voor kinderalimentatie nieuwe richtlijnen bepaald door de Expertgroep Alimentatienormen. Per 1 januari 2015 is een nieuwe weg ingeslagen naar aanleiding van de Wet Hervorming Kindregelingen.

Voor de bepaling van de kinderalimentatie zijn 2 begrippen essentieel:

  • De behoefte van het onderhoudsgerechtigde kind/de onderhoudsgerechtigde kinderen
  • De draagkracht van de onderhoudsplichtige(n)

De omvang van de behoefte hangt af van de individuele (leef)omstandigheden en wordt per geval beoordeeld. De levensstandaard vóór de scheiding speelt hierbij een belangrijke rol. De vast te stellen kinderalimentatie mag de behoefte echter niet overschrijden.

De draagkracht is het bedrag dat de alimentatiebetaler, gezien zijn inkomen en uitgaven, maximaal kan betalen aan de alimentatiegerechtigde. Bij de bepaling van kinderalimentatie wordt in beginsel gekeken naar de draagkracht van beide ouders. Meestal betalen ouders een bedrag in verhouding tot hun draagkracht.

Voor de bedragen die kinderen nodig hebben wordt veelal aansluiting gezocht bij de normen van het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) en de WSF (Wet Studiefinanciering).

Een aantal belangrijke weetjes over kinderalimentatie

  • Kinderalimentatie heeft voorrang op partneralimentatie
  • Kinderalimentatie kan niet worden afgekocht
  • Kinderalimentatie is niet fiscaal aftrekbaar
  • Kinderen vanaf 18 jaar (meerderjarigheid) kunnen zelf afspraken maken met de alimentatieplichtige(n) over hun kinderalimentatie

Uiteraard komt er nog véél meer kijken bij de vaststelling en naleving van kinderalimentatie. Ik kan desgewenst berekeningen voor u maken en u specifiek advies geven.

Meer informatie? Neem gerust contact met mij op!

februari 5, 2019Comments are off for this post.

Wet herziening partneralimentatie

Belangrijk voor iedereen die gaat scheiden of al is gescheiden en partneralimentatie betaalt of ontvangt!

De Tweede Kamer is in december 2018 akkoord gegaan met het wetsvoorstel herziening partneralimentatie. Dit wetsvoorstel moet ervoor gaan zorgen dat de duur van de partneralimentatie wordt ingekort en zal alleen van toepassing zijn op nieuwe alimentatieafspraken vanaf de datum waarop de wet van kracht wordt. De verwachting is dat de nieuwe wet begin 2020 zal ingaan. Het wetsvoorstel ligt momenteel nog ter goedkeuring bij de Eerste Kamer. Totdat deze akkoord gaat is nog niets 100% definitief!

Duur

De partneralimentatie wordt in het nieuwe wetsvoorstel beperkt tot de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. Bij een huwelijk van bijvoorbeeld 4 jaar wordt de alimentatieduur dan 2 jaar.

Hierop zijn 3 uitzonderingen:

  • Indien de minst verdienende partner bij de scheiding 50 jaar of ouder is en het huwelijk langer dan 15 jaar heeft geduurd (deze regeling vervalt binnen 7 jaar);
  • Indien de minst verdienende partner binnen 10 jaar na de scheiding de AOW-leeftijd bereikt en het huwelijk langer dan 15 jaar heeft geduurd (aanspraak op partneralimentatie tot maximaal de AOW-leeftijd);
  • Indien de kinderen van de scheidende ouders jonger dan 12 jaar zijn. In dit geval zal de alimentatiegerechtigde een aanspraak houden totdat het jongste kind 12 jaar wordt.

Voor schrijnende gevallen is er een mogelijkheid om een langere termijn toe te wijzen (hardheidsclausule) en een overgangsrecht.

Wat betekent dit voor u in de praktijk?

De nieuwe wetgeving zal niet met terugwerkende kracht van toepassing zijn. Met andere woorden: voor bestaande alimentatieverplichtingen verandert er niets. Leidend daarbij blijven de afspraken die gemaakt zijn in het echtscheidingsconvenant en de beschikking van de rechtbank.

Voor nieuwe situaties, vanaf de invoering van de nieuwe wet, zal de beperkte duur gelden.

Indien u voornemens bent om in 2019 te gaan scheiden geldt de huidige wetgeving nog. Deze houdt in dat de partneralimentatie  de duur heeft van de huwelijkse periode indien u korter dan 5 jaar bent gehuwd en geen kinderen heeft. Heeft uw huwelijk langer dan 5 jaar geduurd, of heeft u kinderen bij een huwelijk korter dan 5 jaar, dan heeft u in beginsel recht op een partneralimentatie van 12 jaar. U zou, vooruitlopend op de nieuwe wetgeving, in onderling overleg alvast aansluiting kunnen zoeken bij de nieuwe regelgeving.

De alimentatieverplichting eindigt als 1 van beide ex-partners komt te overlijden of als de alimentatiegerechtigde opnieuw huwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen met een nieuwe partner.

Samenwonenden

Voor samenwoners gelden geen wettelijke regelingen. Niets is verplicht, tenzij afwijkende afspraken zijn opgenomen in een samenlevingscontract of anderszins.

Voor kinderalimentatie verandert er niets!

januari 30, 2019Comments are off for this post.

Het belang van goede afspraken in het echtscheidingsconvenant

Eén van de partners verlaat de gezamenlijke woning

Zodra de ex-partner de gezamenlijke woning verlaat, betekent dit dat de achterblijver een periodieke uitkering in de vorm van huisvesting “geniet”. Dit woongenot ontstaat omdat het gedeelte van de woning dat in eigendom is van de ex-partner op deze wijze ter beschikking wordt gesteld aan de achterblijver.

Dit woongenot dient als ontvangen partneralimentatie te worden aangemerkt en de achterblijver zal hierover belasting en mogelijk een bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) dienen te betalen. De vertrekker kan het verstrekte woongenot aftrekken als betaalde partneralimentatie. De hoogte van dit verstrekte woongenot wordt gesteld op een evenredig deel van het eigenwoningforfait. Bij gehuwden in algemene gemeenschap van goederen is dit derhalve in principe 50%.

Bovenstaande fiscale regeling geldt niet indien de achterblijver een reële huurvergoeding betaalt aan de vertrokken ex-partner.

De eigenwoningrente

De eigenwoningrente kan alleen in aftrek worden gebracht als partneralimentatie indien dit gebeurt vanwege een alimentatieplicht. Deze alimentatieplicht kan bijvoorbeeld blijken uit een gerechtelijke uitspraak, een convenant of een andere overeenkomst.

Het komt vaak voor dat één van de ex-partners 100% van de eigenwoningrente betaalt terwijl beiden voor de helft eigenaar zijn. Als er geen sprake is van een alimentatieplicht, heeft de betaler in deze situatie echter veelal slechts recht op 50% aftrek eigenwoningrente bij gehuwden in algemene gemeenschap van goederen. In andere situaties ligt dit uiteraard mogelijk weer anders.

Nihilbeding

Indien ex-partners met elkaar afspreken om geen partneralimentatie aan elkaar te betalen, vloeien hieruit eveneens fiscale consequenties voort. Deze afspraak houdt namelijk tevens in dat men (een deel van) de betaalde eigenwoningrente niet fiscaal kan aftrekken als alimentatie.

N.B.: Woongenot dat als ontvangen partneralimentatie wordt aangemerkt, kan niet worden uitgesloten met een nihilbeding.

Belang goed advies

Bovenstaande is een selectie van fiscale aandachtspunten rondom een scheiding waarbij sprake is van een eigen huis en geeft eens te meer aan dat een goed en op maat gesneden advies onontbeerlijk is bij de afwikkeling van een echtscheiding. Het is van groot belang dat alle afspraken correct en volledig worden vastgelegd in het echtscheidingsconvenant, zodat fiscale verrassingen worden voorkomen. Vanzelfsprekend is daarna correcte naleving van dit convenant door beide ex-partners cruciaal. Tevens is van belang of de ex-partners in het jaar van hun scheiding kiezen voor afwikkeling alsof zij het gehele jaar nog fiscale partners waren.

januari 22, 2019Comments are off for this post.

Onduidelijkheid berekening eigenwoningreserve

In 2018 gehuwd? Dan kan er onduidelijkheid zijn in de berekening van eigenwoningreserve!

Voorheen huwden partners standaard in algemene gemeenschap van goederen als geen afwijkende (huwelijkse) voorwaarden waren opgenomen. Hier kleefde een aantal bezwaren aan, maar het eigendomsrecht van beide partners was helder: 50% / 50%.

Nieuw huwelijksvermogensrecht vanaf januari 2018

Vanaf januari 2018 is een nieuw huwelijksvermogensrecht van kracht geworden, dat een aantal van de bezwaren van de algemene gemeenschap van goederen teniet doet. Vanaf 1 januari 2018 trouwt men namelijk standaard in beperkte gemeenschap van goederen indien geen afwijkende (huwelijkse) voorwaarden zijn opgenomen. Eén van de grootste verschillen is dat de bezittingen en/of schulden van vóór het huwelijk nu toegerekend blijven aan de individuele eigenaar. Voorheen vielen ook deze vanaf de huwelijksdatum in de gemeenschap.

Inmiddels blijkt er door dit nieuwe huwelijksvermogensrecht echter grote onduidelijkheid te bestaan over het eigen woning verleden en daarmee de hypotheekrenteaftrek van de partners individueel.

Wat is eigenwoningreserve?

Eigenwoningreserve is het bedrag uit overwaarde (positief of negatief) dat ontstaat als de oude eigen woning wordt verkocht. Dit bedrag beïnvloedt de hoogte van het bedrag waarover hypotheekrente mag worden afgetrokken bij een nieuwe hypotheek. Is er sprake van een positieve overwaarde? Dan is de rente aftrekbaar over maximaal de aankoopsom van de nieuwe woning minus de eigenwoningreserve. En juist over díe berekening bestaat dus grote onduidelijkheid.

Sinds de invoering van het nieuwe huwelijksvermogensrecht wordt het pre-huwelijkse persoonlijke vermogen niet meer automatisch gedeeld tussen de partners, hetgeen invloed heeft op de duur en hoogte van de maximale hypotheekrenteaftrek bij de aankoop van een woning.

Hoe de nieuwe wetgeving exact geïnterpreteerd dient te worden weet de fiscus op dit moment echter zelf ook nog niet. Hopelijk geeft de belastingdienst nog vóór de belastingaangifte over 2018 (1 april 2019) de gewenste duidelijkheid.

januari 15, 2019Comments are off for this post.

Samenwoners opgelet!

Zorg dat investeringen goed worden vastgelegd, zeker als u geen samenlevingscontract hebt laten opstellen.

Recentelijk is er een uitspraak geweest van de rechtbank Noord-Nederland waarbij de vrouw na haar relatiebreuk kon fluiten naar haar geld dat volgens haar zeggen door haar ex was geïnvesteerd in zijn woning. De vrouw kon geen bankafschriften of andere bewijzen overleggen.

Het voormalig stel had van 2001 tot augustus 2015 een relatie. De vrouw trok tijdens de relatie in bij de man die een koopwoning bezat.

Wat is de casus?

Tijdens de relatie maakte zij diverse bedragen over op de rekening van haar ex. Dit deed zij om de vermogenstoets te omzeilen. Zij ontving namelijk een ww-uitkering en was bang dat zij na de maximale duur van deze uitkering niet meer in aanmerking zou komen voor bijstand indien zij over te grote banktegoeden zou beschikken.

De vrouw kon alleen aantonen de tegels in de woning te hebben betaald. Dit bedrag ad € 925,- moet haar ex dan ook aan haar terugbetalen. De overige door haar aan haar ex betaalde ca. € 129.930,- is echter niet te traceren. Dit geld zou o.a. afkomstig zijn van een erfenis en de verkoop van haar woning en zou door haar ex zijn aangewend voor investeringen aan zijn woning en aanschaf van diverse roerende zaken.

Volgens haar ex, die overigens niet ontkent dat zij geld op zijn rekening heeft gestort, had de vrouw zelf de beschikking over een pasje van zijn rekening en heeft zij het geld opgenomen ter financiering van de kosten van de gemeenschappelijke huishouding, vakanties, sieraden etc. Tevens zou de claim volgens hem zijn verjaard, aangezien inmiddels meer dan 5 jaar zijn verstreken sinds de vrouw het geld aan hem overmaakte.

Oordeel van de rechter

De rechtbank oordeelt dat de vrouw slechts recht heeft op het gedeelte van haar geld dat is besteed aan zaken die de man thans nog in eigendom toebehoren. Naast de tegels zal dit derhalve een zeer beperkt bedrag zijn. Al met al een zeer dure les voor de vrouw.

Conclusie: het is altijd raadzaam om een samenlevingscontract te laten opstellen bij een samenwoonrelatie. Zeker als 1 van de partners of allebei investeringen doen waardoor, na een relatiebreuk, vorderingen op elkaar ontstaan. Het is daarbij ook zaak om goed bewijsmateriaal te bewaren van alle financiële transacties (bankafschriften etc.), zodat alle investeringen goed herleidbaar zijn. 

januari 9, 2019Comments are off for this post.

Gaat u scheiden en heeft u een eigen huis?

Wees dan alert op onderstaande 5 punten van aandacht:

  • Als u samen een huis heeft gekocht bent u allebei aansprakelijk voor de volledige hypotheek. Dit wijzigt niet automatisch indien u de woning verlaat en uw ex-partner in uw gezamenlijke woning achterblijft. Eigendom en hoofdelijke aansprakelijkheid vervallen pas zodra het eigendom van de woning met de bijbehorende hypotheek formeel overgaan naar de achterblijvende partner. Een notaris kan hiervoor een akte van verdeling opstellen.
  • Indien een ex-partner in de gezinswoning blijft wonen en het hypotheekdeel van de andere ex-partner wil overnemen wordt dit fiscaal gezien als nieuwe lening. Deze zal om die reden annuïtair dienen te worden afgelost om voor hypotheekrenteaftrek in aanmerking te komen.
  • Tevens zal in de geschetste situatie bij 2) veelal voortzetting plaatsvinden van de reeds bestaande hypotheekrente voor de overnemende ex-partner. Er volgt dus niet automatisch een lagere rente, zoals u in de huidige hypotheekmarkt wellicht zou verwachten. De vertrekkende ex-partner die een nieuw huis koopt en daarvoor een nieuwe hypotheek afsluit kan overigens wèl profiteren van een mogelijk lagere marktrente.
  • Staat de gezinswoning op 1 naam? Dan is het van belang wanneer de woning is aangeschaft: vóór of tijdens het huwelijk en onder welk huwelijksvermogensrecht? Het feit dat de woning op 1 naam staat wil namelijk niet automatisch zeggen dat de woning ook daadwerkelijk eigendom is/blijft van 1 van de ex-partners en daarmee buiten de verrekening van een scheiding blijft.
  • Heeft u uw huis gekocht vanaf 2001? Dan mag u maximaal 30 jaar lang hypotheekrente aftrekken. In veel gevallen, zeker bij huwelijken in gemeenschap van goederen, heeft het hypotheekverleden van uw ex-partner invloed op uw hypotheekberekening. Dit kan tot gevolg hebben dat u zelf minder lang hypotheekrente mag aftrekken bij het afsluiten van een nieuwe hypotheek en/of dat u minder kunt lenen dan verwacht.

Bovenstaande is slechts een willekeurige selectie van aandachtspunten. Er zijn er in de praktijk nog véél meer. Scheiden met  een eigen huis is complex en omgeven door fiscale en juridische regelgeving.

Ik help u graag!

Ook op dit punt help ik u graag verder. Neemt u daartoe gerust contact met mij op via info@maudkoch.nl of bel naar 06 13 04 13 08. Ik sta voor u klaar!